direct naar inhoud van Artikel 20 Leiding - Hoogspanning
Plan: Woongebied Borne West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0147.BpWBW2012-vg01

Artikel 20 Leiding - Hoogspanning

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een hoogspanningsverbinding.

20.2 Bouwregels
20.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de beschermingszone

Binnen de beschermingszone mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2,5 meter, met dien verstande dat de hoogspanningsmasten maximaal 70 meter hoog mogen zijn.

20.2.2 Bouwwerken binnen de beschermingszone
  • a. In aanvulling op het bepaalde in 20.2.1 mogen binnen de beschermingszone uitsluitend bouwwerken worden gebouwd welke krachtens de aan de betreffende gronden gegeven bestemming zijn toegelaten, indien de belangen van de primaire bestemming daarmee niet op een onevenredige wijze worden geschaad;
  • b. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag -met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels- uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik gemaakt van de bestaande fundering.

20.2.3 Advies leidingbeheerder

Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend voor bouwwerken als bedoeld in 20.2.2 wint het bevoegd gezag advies in bij de leidingbeheerder.

20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.3.1 Verboden werkzaamheden

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanning' zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting;
  • b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter;
  • c. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren;
  • d. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte.

20.3.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in 20.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

20.3.3 Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 20.3.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;
  • b. vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.