direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijventerrein
Plan: Woongebied Borne West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0147.BpWBW2012-vg01

Artikel 4 Bedrijventerrein

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven en bedrijfsactiviteiten die genoemd staan onder de milieucategorieën 1 t/m 3.1 van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1';
  • b. horecavoorzieningen die ondergeschikt zijn en ten dienste staan van de doeleinden als bedoeld in sub a;
  • c. productiegebonden detailhandel, met dien verstande dat maximaal 10% van het bedrijfsvloeroppervlak (bvo) met een maximum van 150 m² hiervoor in gebruik mag zijn;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens een bedrijfswoning;
  • e. parkeervoorzieningen op eigen terrein;
  • f. de daarbij behorende voorzieningen.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag per bouwperceel maximaal 60% bedragen;
  • c. bij nieuwbouw dan wel uitbreiding van gebouwen, die bestaan op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dient voldaan te worden aan de volgende parkeernormen:
Bedrijfsactiviteit   aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo  
arbeids- en bezoekersextensieve bedrijven (loodsen, opslag, groothandel en transportbedrijven)   0,8  
arbeidsintensieve en bezoekersextensieve bedrijven (industrie garagebedrijf, laboratorium, werkplaats, transportbedrijf)   2,5  
arbeidsextensieve en bezoekersintensieve bedrijven (showroom)   1,6  
bedrijfsverzamelgebouwen   0,8  
perifere detailhandel   6  

4.2.2 Gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen

Voor het bouwen van gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, gelden in aanvulling op het bepaalde in sublid 4.2.1 de volgende regels:

  • a. de goothoogte van gebouwen van gebouwen binnen het bouwvlak mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' aangegeven goothoogte bedragen;
  • b. de minimaal aan te houden afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt 3 m.

4.2.3 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden, in aanvulling op het bepaalde in sublid 4.2.1, de volgende regels:

  • a. de goothoogte mag maximaal 6 m bedragen;
  • b. de gebouwen dienen vanaf de maximale toegestane goothoogte (kniklijn) te worden afgedekt met hellende dakvlakken, waarvan de helling niet meer mag bedragen dan 60°, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken met een helling van 60°; één en ander overeenkomstig het Envelop-principe zoals vermeld in Bijlage 4, ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 60° en rechtopstaande gevelconstructies, waaronder ook topgevels zijn toegestaan;
    • 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60° lijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis.
  • c. bouwdelen van ondergeschikte betekenis aan de voorgevel mogen niet meer dan tweederde van de breedte van het dakvlak beslaan;
  • d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 m.

4.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. de goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat de goothoogte van een met het hoofdgebouw verbonden bijgebouw maximaal bedraagt:
    • 1. 3 m of;
    • 2. de bouwhoogte van de eerste bouwlaag of;
    • 3. de bouwhoogte van het verlengde van de dakhelling van het hoofdgebouw;
  • b. de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5,5 m bedragen;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag maximaal 50 m² bedragen.

4.2.5 Bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 5,5 m;
  • b. de afstand van bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 3 m;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 60% van het bouwperceel met een maximum van 50 m².
4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag maximaal 2,5 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen mag maximaal 8 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 4 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - silo' tevens silo's zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 12 m.
4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • d. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
4.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.2.1 sub a voor het bouwen buiten het bouwvlak, met dien verstande dat:

  • a. alleen een overschrijding van de bouwgrens is toegestaan, die parallel lopen aan de bestemming 'Verkeer';
  • b. de minimale afstand tussen gebouwen en de bestemmingsgrens 1 meter dient te bedragen;
  • c. overschrijding alleen is toegestaan ten behoeve van het toevoegen van een kantoorgedeelte of entree;
  • d. de overschrijding maximaal 50% van de bestaande voorgevellengte beslaat. Voor hoekpanden geldt deze regel voor de aan beide naar de weg toegekeerde zijden, waarbij het toegestaan is om een koppeling te maken;
  • e. de overschrijding geen extra parkeerdruk op de openbare weg betekent. Daar waar parkeerplaatsen op eigen terrein verdwijnen, dienen deze elders op het eigen terrein gecompenseerd te worden.
4.5 Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van, of het laten gebruiken van de in de bestemming aangegeven gronden en bouwwerken voor:

  • a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  • b. zelfstandige kantoren;
  • c. zelfstandige horeca;
  • d. risicovolle inrichtingen;
  • e. wonen, met uitzondering van het bepaalde in lid 4.1 sub d;
  • f. sportvoorzieningen;
  • g. detailhandel, met uitzondering van het bepaalde in lid 4.1 sub c;
  • h. seksinrichtingen;
  • i. opslag van goederen en materialen zie zichtbaar is vanaf de openbare weg;
  • j. opslag van gevaarlijke stoffen.
4.6 Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Milieucategorieën

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 sub a ten behoeve van de vestiging van een bedrijf, vermeld in een hogere categorie van de Lijst van bedrijfsactiviteiten (3.2, respectievelijk 4.1), dan wel voor de vestiging van een bedrijf dat niet in de categorieën, zoals genoemd in lid 4.1 sub a, van de Lijst van bedrijfsactiviteiten is vermeld met dien verstande dat:

  • a. het bedrijf binnen en buiten het plangebied naar aard en invloed op de omgeving en verschijningsvorm geen onevenredige milieubelasting mag opleveren;
  • b. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, trillinghinder, gevaar, straling, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en grondwater.

4.6.2 Opslag van vuurwerk

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.5 sub j voor de opslag van vuurwerk, met dien verstande dat voldaan moet worden aan het Vuurwerkbesluit.

4.6.3 Perifere detailhandel

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.5 sub g, voor de vestiging c.q. uitoefening van perifere detailhandel, met dien verstande dat:

  • a. door middel van branchespecifiek onderzoek zal moeten worden aangetoond, dat de distributieplanologische ruimte voor de vestiging aanwezig is en er géén onevenredige aantasting van de distributieve voorzieningen binnen het voorzieningenniveau in de gemeente Borne ontstaat;
  • b. het maximum vloeroppervlak 1.500 m² bedraagt;
  • c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid, waarbij uitgegaan wordt van een parkeernorm van 6 parkeerplaatsen per 100 m² bedrijfsvloeroppervlak (bvo).

4.6.4 Productiegebonden detailhandel

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 sub c, voor het toestaan van groter oppervlak productiegebonden detailhandel, met dien verstande dat:

  • a. door middel van branchespecifiek onderzoek zal moeten worden aangetoond, dat de distributieplanologische ruimte voor de vestiging aanwezig is en er géén onevenredige aantasting van de distributieve voorzieningen binnen het voorzieningenniveau in de gemeente Borne ontstaat;
  • b. het maximum vloeroppervlak 250 m² bedraagt;
  • c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid, waarbij uitgegaan wordt van een parkeernorm van 6 parkeerplaatsen per 100 m² verkoopvloeroppervlak (vvo).
4.7 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduidingen, zoals bedoeld in lid 4.1 sub a te verwijderen, indien de activiteit ter plaatse beëindigd is en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet.