direct naar inhoud van Artikel 9 Gemengd
Plan: Woongebied Borne West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0147.BpWBW2012-vg01

Artikel 9 Gemengd

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. kantoren;
  • b. dienstverlening;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - kringloop' is tevens een kringloopbedrijf toegestaan, met dien verstande dat de verkoopruimte van de detailhandel uitsluitend op de begane grondlaag mag worden gevestigd;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zijn tevens activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, met dien verstande dat een functie naar een geluidsgevoelige functie niet toegestaan.

met de daarbij behorende:

  • e. groenvoorzieningen en tuinen;
  • f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. voorzieningen van algemeen nut;
  • h. parkeervoorzieningen;
  • i. wandel- en fietspaden;
  • j. verhardingen;
  • k. speelvoorzieningen.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofd- en bijgebouwen gelden de aanduidingen en de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  • c. de goothoogte van hoofdgebouwen mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' aangegeven goothoogte bedragen;
  • d. vanaf de maximaal toegestane goothoogte (kniklijn) dienen de hoofdgebouwen te worden afgedekt met hellende dakvlakken, waarvan de helling niet meer mag bedragen dan 60°, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken met een helling van 60°; één en ander overeenkomstig het Envelop-principe zoals vermeld in Bijlage 4, ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 60° en rechtopstaande gevelconstructies, daaronder ook topgevels zijn toegestaan;
    • 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60°-lijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis. Bouwdelen van ondergeschikte betekenis aan de voorgevel mogen niet meer dan twee derde van de breedte van het dakvlak beslaan.

9.2.2 Bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd;
  • b. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 3 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 5,5 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van overkappingen mag maximaal 3 m bedragen waarbij de oppervlakte van de overkapping maximaal 20 m2 bedraagt;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage.

9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van speeltoestellen mag maximaal 3 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter de voorgevelrooilijn mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van tuinmeubilair mag maximaal 3 m bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van speeltoestellen mag maximaal 3 m bedragen.

9.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • d. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
9.4 Specifieke gebruiksregels
9.5 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1 sub d voor een functiewijziging naar een geluidgevoelige functie, met dien verstande dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.