direct naar inhoud van 5.4 Archeologische en cultuurhistorische waarden
Plan: Woongebied Borne West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0147.BpWBW2012-vg01

5.4 Archeologische en cultuurhistorische waarden

5.4.1 Archeologie
5.4.1.1 Algemeen

Op 1 september 2007 is de wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Ter ondersteuning van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de archeologische monumentenzorg heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in opdracht van de gemeente Borne een archeologische verwachtings- en advieskaart vervaardigd. Een uitsnede van de kaart is opgenomen in figuur 4.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.0147.BpWBW2012-vg01_0010.png"

Figuur 4.1) Uitsnede archeologische verwachtings- en advieskaart (Bron: Gemeente Borne)

5.4.1.2 Situatie plangebied

Het overgrote deel van het plangebied is aangemerkt als 'dekzandwelvingen en -vlakten'. In het zuidoosten van het plangebied en ter hoogte van basisschool 't Oldhof is sprake gebieden aangemerkt als 'dekzandhoogten en -ruggen'.

Gebieden aangemerkt als 'dekzandwelvingen en -vlakten' kennen een middelmatige archeologische verwachtingswaarde. In deze gebieden is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien er sprake is van bodemingrepen in gebieden met een grotere oppervlakte dan 5000 m2 en dieper dan 40 centimeter.

Gebieden aangemerkt als 'dekzandhoogten en -ruggen' kennen een hoge archeologische verwachtingswaarde. Hier is archeologisch onderzoek noodzakelijk als er sprake is van bodemingrepen met een groter oppervlak dan 2500 m2 en dieper dan 40 centimeter.

Dit bestemmingsplan echter, legt enkel de bestaande (planologische) situatie opnieuw vast. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe bodemingrepen waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.

Om eventuele archeologische waarden te beschermen zijn op de verbeelding en in de regels een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' (hoge archeologische verwachtingswaarde) en 'Waarde - Archeologie 2' (middelmatige archeologische verwachtingswaarde) opgenomen.

5.4.2 Cultuurhistorie
5.4.2.1 Algemeen

Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

5.4.2.2 Situatie plangebied

Uit de Cultuurhistorische Atlas Overijssel blijkt dat er, naast het rijksmonument en de gemeentelijke monumenten (zie subparagraaf 2.1.6), in het plangebied sprake is van een cultuurhistorische waarde. Een deel van het plangebied is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol omdat hier in het verleden een uitloper van het fabriekscomplex van Spanjaard was gevestigd. Het voornaamste deel van dit fabriekscomplex bevindt zich echter ten noorden van het spoor en is gelegen buiten het plangebied. Verder verwijst de Cultuurhistorische Atlas Overijssel naar een reinigingshuisje behorend bij de fabriek van Spanjaard. Deze is echter niet meer aanwezig.

Het voorliggende bestemmingsplan is conserverend van aard en legt de bestaande (planologische) situatie opnieuw vast. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Gezien het feit dat er sprake is van een conserverend plan is er geen sprake van een aantasting van de cultuurhistorische waarde in het plangebied.

5.4.3 Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan worden de eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd door deze aan te duiden op de verbeelding en in de regels. Verder doet het bestemmingsplan geen afbreuk aan de aanwezige cultuurhistorische waarde doordat enkel de bestaande (planogische) situatie opnieuw wordt vastgelegd.